Dinant, stadje aan de Maas

In het zuidoosten van België, op 30 km van Namen, ligt Dinant prachtig ingesloten tussen de Maas en het omliggende heuvellandschap. De naam Dinant is afgeleid van Deonant, een naam van Keltische oorsprong die betekent: 'goddelijke vallei' of 'heilige plaats'.

Dinant, ook wel de 'Duizendjarige Stad' genoemd, werd in lang vervlogen tijden gesticht. De stad en zijn omgeving wordt al sinds de prehistorie bewoond. De bewijzen zijn geleverd door de ontdekking van prehistorische materialen, in de nabijgelegen grotten.

Dinant heeft tijdens de middeleeuwen en de eeuwen erna altijd een belangrijke rol gespeeld bij de verdediging van de Maas. Hiervan is de citadel nog steeds het levendige bewijs.

De stad staat al sinds de middeleeuwen bekend om zijn koperslagers. In een poging om deze rijkdom af te pakken heeft Karel de Stoute tijdens een belegering van de stad 800 koperslagers twee aan twee in de Maas gegooid. Wegens zijn sleutelpositie in het Maasdal heeft de stad Dinant menig leger door zijn straten zien trekken. In 1554 waren het de troepen van de Franse koning Hendrik II, in 1675 en in 1692 de troepen van Lodewijk XIV.

Als kuuroord en waterstad die erg in trek is, met een casino en tal van originele trekpleisters, leidt Dinant een rustig bestaan tot de Duitse keizerlijke legers het land binnenvallen. Op 23 augustus 1914 werd de stad door de Duitsers geplunderd: 1100  huizen werden in brand gestoken en 674 burgers neergeschoten.

Ook in 1944 werd Dinant gebombardeerd en een deel van de stad ging in vlammen op. Na het gebeuren oogt de gemartelde stad als een uitgestrekte bouwplaats. Tal van gebouwen die eerder historisch getrouw dan in vernieuwende architecturale stijlen werden opgetrokken, geven het gehavende gelaat een nieuw uitzicht.

Dinant behoort tot een van de Belgische steden die het meest geleden hebben tijdens de twee wereldoorlogen.

De stad ook heel bekend als de geboorte plaats van het abdijbier Leffe.

Dinant kan bogen op één van de meest bewonderde en ook benijde natuurlijke decors van het Maasland. De stad leunt tegen hoge kalkrotsen en strekt zich uit over een landtong, in één straat om zo te zeggen, op de rechteroever van de Maas.

Als toeristisch centrum geniet Dinant grote bekendheid. De stad heeft zijn naam gegeven aan de dinanderie: de kunst van het genieten, slaan en drijven van messing en geelkoper, die hier in de 12de eeuw werd beoefend.

Een andere specialiteit van Dinant zijn de couques een soort koeken met honing, die in een houten vorm worden gebakken. Ik kan je verzekeren, de koeken zijn erg lekker maar héél hard. Je breekt er best een klein stukje af en laat het mals worden in je mond. Let op dat je je tanden niet breekt!

De rots Bayard
We rijden de stad binnen vanuit het zuiden en komen op zijn weg de rots Bayard tegen. Deze rots verheft zich 35 meter hoog. Vroeger hing hij nog vast aan de rotsflank, maar in de 17de eeuw werd hij ervan losgemaakt. Hij lijkt op een flink uit de kluiten gewassen menhir.

Volgens de legende is de scheiding tussen de twee rotsen ontstaan doordat het reuzenpaard, Ros Beiaard’ erdoorheen gesprongen toen hij met de vier Heemskinderen op de vlucht was voor Karel de Grote.

De vier Heemskinderen Ritsaart, Writsaart, Adelaart en Reinout kwamen op hun vlucht door de Ardennen plots aan een naaldvormige rots aan de Maas. Door het hoogwater konden ze er echter niet omheen waden. Dus nam hun onstuimige ros Beiaard een aanloop en zette zich met een hoefslag af tegen de rots om te springen. Nog steeds tonen de inwoners van Dinant, aan al wie het wil zien, deze afdruk in de vorm van een hoefijzer, op de zuidkant van de rots die sindsdien de naam ‘Bayard’ kreeg (naar Beiaard).
Het is en blijft natuurlijk een legende, maar deze had wellicht een beslissende invloed op de naam die aan de bewuste monoliet werd gegeven. En waarom zou het niet zo gegaan zijn? Onze voorouders geloofden maar al te graag in het wonderbare en ze waren tuk op de avonturen van de dappere strijders uit de Karolingische tijd, lang alvorens deze neergeschreven werden in de roman van de vier Heemskinderen die zo sterk verbreid was in de middeleeuwen. 

Vroeger, in de mooie riddertijd, toen het buskruit en de bijhorende uitwassen nog onbekend waren, gaf de Bayard rots een veilig gevoel aan de inwoners. Ze omver werpen, kon de vijand niet en veel was er niet nodig om de snoodaards, die de stad wilden binnendringen langs het smalle pad, tegen te houden.

De scheiding tussen de twee rotsen is in werkelijkheid gemaakt door de troepen van de Lodewijk de 14de die de toegang naar Dinant wilden vereenvoudigen. Tegenwoordig loopt de doorgaande weg richting het historische centrum van Dinant tussen deze twee rotsformaties in. Dit kan voor brede auto’s even voor een spannend momentje zorgen. De maximale breedte van de doorgang is 2,7 meter

Een rondvaart op de Maas
Als je op een lekker ontspannen manier de stad wil bezichtigen kan je dit doen op één van de vele rondvaartboten die er vanaf Dinant vertrekken. Tijdens de rondvaarten krijg je een prachtig zicht op de stad Dinant en de omliggende dorpen. Veel van deze rondvaarten varen ook langs de plaats waar de Lesse in de Maas stroomt. Vooral het zicht vanaf de Maas op de rots Bayard is prachtig als je ze ziet vanop het water.

De Collegiale Onze-Lieve-Vrouwekerk van Dinant

Een grote kerk met zijn peervormige klokkentoren is één van de meest in het oog springende gebouwen in Dinant. Het is de Collégiale Notre-dame.

De plaats waar het heiligdom nu staat, had blijkbaar altijd al een religieuze bestemming. Er is zelfs een legende die vertelt dat hier, omstreeks 320, al een oratorium (bedehuis) stond. Het gebouw werd later flink vergroot. In 934 verleende bisschop Richier diezelfde kerk het statuut van collegiale.

Van de oorspronkelijke 10de eeuwse collegiale kerk bleef niets bewaard. In de 12de eeuw werd deze vervangen door een Romaanse kerk waarvan alleen het noordelijke portaal is overgebleven. In 1228 kwam een rotsblok los en viel op een vleugel van de collegiale. Zesendertig mensen vonden de dood. Kort werd een nieuw heiligdom opgetrokken. Het nieuwe gebouw, in gotische stijl, werd pas in de veertiende eeuw volledig voltooid.

Op de resten van de eerste kerk werd in de 13de en 14de eeuw, de huidige gotische Collegiale Onze-Lieve-Vrouwkerk in Bourgondische en Champagne-stijl opgetrokken. De binnenzijde met zijn prachtige glas in lood ramen is minstens zo mooi en bijzonder als de buitenzijde van het gebouw.

Koning Hendrik II nam de stad in 1554 na een beschieting. De peervormige toren en de elegante campanile, die oorspronkelijk waren bestemd voor een belfort, dateren uit die periode.

Op 23 augustus 1914 steken de Duitsers de kerk nog maar eens in brand. Het dak moest daarna volledig vervangen worden. De architecten stonden voor de keuze: de collegiale inrichten in een stijl van vóór de zestiende eeuw, of de bol uit 1566 behouden. Het werd de tweede oplossing. Bovendien kreeg het gebouw zo zijn rondbogen terug die het in de negentiende eeuw kwijt raakte.

We wandelen verder in deze gezellige stad

Maak jouw eigen website met JouwWeb