Van rustig dorpje naar vakantieplek voor toeristen en kunstverzamelaars.

We zijn bijna aan het einde van onze reis. We hadden voor ons vertrek een afspraak gemaakt met een Belgische vriendin en haar Indonesische vriend, die nabij Ubud wonen. Met hen zijn we drie dagen op stap geweest. Jammer genoeg is zij ondertussen overleden, op veel te jonge leeftijd.

Het was een gezellig samen-zijn en genieten in hun tuintje. Hij is muzikant en verwende ons met zijn 'big smile, 'golden voice' and his guitar.

Een bezoek aan het kunstenaarsplaatsje Ubud mag bij een reis in Bali niet ontbreken. Ubud wordt gezien als het artistieke centrum van het eiland. Hier wonen en werken de beste dansers, musici, schilders en houtsnijders van Bali. Dagelijks is er wel ergens in de omgeving een tempelfestival, viering of een tentoonstelling waar je naartoe kunt. In dit dorp zagen we de Barongdansers aan het werk.

Het dorp was in de jaren ’30 een toevluchtsoord voor kunstenaars en wetenschappers uit Europa  en Amerika. In 1953 richtte de Duitse schilder-musicoloog Walter Spies samen met de Balinese vorst Cokorda Gede Agung Sukawati en de Nederlander Rudolf Bonnet, de kunst coöperatie Pita Maha op. Ubud barstte van de talentvolle buitenlanders. Covarrubias was een van hen, hij schreef Island of Bali, nog steeds een klassieker over de Balinese cultuur. Sinds 2006 is Ubud nog populairder door de verfilmde bestseller Eten, bidden, beminnen van Elizabeth Gilbert.

Het museum Rudana

Ooit was Ubud het toonbeeld van het authentieke Bali, het idyllische plekje waar vakantiegangers zich terugtrokken om – ver van de toeristische drukte in badplaatsen als Kuta en Sanur – de traditionele kunst en cultuur van de Balinezen te leren kennen en te genieten van de 'toen nog' betrekkelijk ongerepte natuur.

Als je nu naar hier komt om echt te ontspannen kan je het beste een hotel uitzoeken buiten het centrum, waar je kan genieten van de landschappelijk afwisselende, wondermooie omgeving: ravijnen, rijstvelden, tropische bossen en authentieke dorpjes.

De reputatie heeft Ubud zo aantrekkelijk gemaakt dat het stadje wordt overspoeld door souvenir- en kunstwinkeltjes, cafés, restaurants en massagesalons.

Het is best druk in het centrum.

De hoofdstraat van Ubud is de Jalan Raya Ubud. Hier zijn zijn veel interessante winkeltjes, kleine bedrijfjes en kunstgaleries. De beste tijd om te winkelen is vroeg in de avond. Het is dan wat koeler, het verkeer neemt af en de vele restaurantjes zijn uitnodigend verlicht.

 (foto links: school is uit)

Voor zij die graag slenteren op een markt; dan is de ochtendmarkt, de Pasar Ubud, dé plaats waar de lokale bevolking de producten uit de werkplaatsen van Ubud en de omliggende dorpen verkoopt. Van zijde tot houtsnijwerk, van goud tot stenen beelden, sieraden, batiks, spullen voor in je woning, kortom alles waar Ubud en omgeving voor staat, is hier te zien en te koop.

 

Je kan hier helemaal in los gaan. De prijzen liggen hier een stuk lager dan in Nederland/ België, dus veel toeristen slaan hier dan ook echt in. Als je iets wil gaan kopen is het toch handig om eerst goed rond te kijken en bij verschillende kraampjes te informeren naar prijzen. De prijzen kunnen namelijk erg verschillen en afdingen is hier de norm.

Eten vind je op een van de vele traditionele markten. Je kunt er fruit, groenten, vlees, vis, specerijen, en huishoudelijke artikelen kopen. Een bezoek aan een Pasar Ubud staat garant voor een culturele ervaring die je eigenlijk niet mag missen. Zeker als Bali je eerste en enige bestemming in Azië is. 

Dit gedeelte is dan ook vooral leuk om eens doorheen te lopen en om een van de vele restaurantjes te bezoeken. Hier in Café Lotus hebben we met onze vrienden, genoten van de lunch.

Niet alleen de lunch was lekker, maar het café had zo'n mooie tuin en aangezien er daar geen deuren of ramen zijn op het overdekt terras én de temperaturen altijd goed, konden we voortdurend genieten van dat moois.

Ubud bezoeken is wel de moeite waard. In het centrum van Ubud bevindt zich een paleis, daar gaan we in volgend deel naartoe.