Kasteel van Chambord

Na ons bezoek aan het kasteel Chenonceau gaan we naar ‘hét kasteel der kastelen!’ of zoals de Fransen het zeggen:

“Chambord, le plus grand château de la renaissance”

We rijden via een lange, rechte weg tot aan een poort. Hier moeten we zijn. “Parc du Chambord” staat erop! Maar dat park is wel erg groot en het kasteel nog niet onmiddellijk zichtbaar. Tja, het domein is 5.500 hectare groot en is volledig omringd door een 32 km lange muur.

Het staatsdomein van Chambord en het kasteel staan op de Werelderfgoedlijst van UNESCO. Het is de grootste en één van de meest betoverende van de Loire kastelen. Het is ook het beroemdste en telt 440 kamers, 365 torens en 1036 ramen.

Het betoverend mooi kasteel was het groots lustoord van een koning, ingegeven door zijn dromen, zijn passie voor kunst en weelde, is uniek. Versailles, als toppunt van  architectuur kan zelfs niet tippen aan dit kasteel! Het lijkt een immens wit, fraai bewerkt schip, met 365 schoorstenen. Grote en kleine torens lijken de hemel uit te dagen. Het dak wekt zelfs de indruk van een skyline van een stad.

Ooit hadden de graven van Blois opdracht een kasteeltje te laten bouwen, in deze verloren hoek, om van hieruit grootste jachtpartijen in te richten, in het ‘wildrijke’ Forêt de Boulogne. De jeugdige koning Frans I is 25 jaar als hij graag komt jagen in het grote domein. In 1518 gaf hij opdracht om het jachtslot met de grond gelijk te maken en het te vervangen door een luxueus bouwwerk.
Hij liet  er een werkelijk pronkstuk bouwen: het werd een indrukwekkend gebouw, niet alleen door zijn omvang maar door zijn bouwstijl met ontelbare torentjes en schouwen. En het park rondom was een schitterend jachtgebied.

De koning beknibbelde niet op kosten. Zijn enthousiasme ging zelfs zover dat hij de Loire wilde omleggen naar de voet van het kasteel. Maar dat was zo’n ontzaglijke opgave, dat met de ‘Cosson’ genoegen werd genomen. Zelfs toen de schatkist leeg was en het geld ontbrak om Spanje het losgeld voor zijn twee zonen te betalen, ging de bouw door.
In 1537 was de ruwbouw klaar. In 1538 gaf de koning opdracht een woongedeelte op te trekken dat door een bouwwerk van twee verdiepingen met de donjon moest verbonden worden, en nog een tweede vleugel aan de westkant, symmetrisch met het woongedeelte.
Het kasteel heeft buitensporige afmetingen : het geheel meet 117 meter bij 156 meter en 56 meter hoog. Er zijn 77 trappen, 282 schoorstenen en 440 vertrekken.
Maar ondanks deze kolossale afmetingen stralen de contouren van het kasteel met zijn gratie en evenwicht, een onweerstaanbare aantrekkingskracht uit. Van al het gebruikte materiaal dat voor deze bouw gebruikt werd, is het turfkrijtsteen dat de aandacht trekt. Hoewel dit soort kalksteen op de meeste plaatsen in de Val de Loire wordt gebruikt is het in Chambord dat deze steensoort met meesterschap bewerkt is.

In 1539 kon de koning Karel V op Chambord ontvangen. Deze was vol verbazing over het kasteel en zei tegen zijn gastheer : “Chambord is een samenvatting van waar het menselijke kunnen toe in staat is”. Het koninklijke woongedeelte was volledig voltooid in 1545 maar Frans I heeft er nauwelijks kunnen van genieten, hij overleed twee jaar later. Hendrik II zette het werk van zijn vader voort en liet de westvleugel en de toren van de kapel bouwen. Ook aan de ommuring werd toen de laatste hand gelegd. Hendrik II en Lodewijk XIV, beide hartstochtelijke jagers, zullen Chambord het silhouet geven dat wij vandaag kennen.

Nog een beroemde bewoner van dit kasteel was 'Molière'. Hij schreef op het kasteel zijn ‘Monsieur de Pourceaugnac’ in een paar dagen.

Het kasteel zelf

De centrale donjon met vier torens en een ommuring is al een slot op zich. De donjon van Chambord is beroemd vanwege zijn origineel grondplan, gebaseerd op dat van een Toscaanse villa : kruisvormig voorportaal met een centrale trap.

Donjon en trap

Eén van de meest uitzonderlijke details is de wenteltrap in het midden van de donjon. Daar verheft zich de beroemde 'trap met dubbele omwentelingen' die naar de drie verdiepingen van het kasteel leidt.

Deze trap is eigenlijk een dubbele trap die spiraalsgewijs om dezelfde spil draaien. De trap wordt verlengd boven de terrassen in een toren die door twee lantaarns met een lelie bekroond wordt. Als twee personen allebei via een trapdeel naar boven gaan kunnen ze elkaar door de openingen van de spil zien, maar zij komen elkaar nooit tegen! In het midden van de trap is een lichtschacht.

op foto linksboven en foto hieronder: de lichtschacht vanaf de bovenste trappen genomen (door een opening)

De trap is fijn afgewerkt met gebeeldhouwde versieringen uit de renaissanceperiode.
Bij iedere verdieping rondom de trap ontvouwen zich vier trapportalen die een kruis vormen. Deze voorportalen leiden dan naar vier appartementen die alle vier volkomen identiek zijn.

De naam van de architect werd niet bekend gemaakt. Maar deze voor Frankrijk indrukwekkende plattegrond en het vernuft van de grote trap suggereren dat Leonardo da Vinci, die op verzoek van Frans I naar Frankrijk was gekomen, één van de inspirerende krachten van het project zou kunnen geweest zijn.

 

De kapel

Met zijn buitengewone afmetingen is de kapel de grootste ruimte in het kasteel

De vertrekken van Frans I

De koning, die oorspronkelijk in de donjon was geïnstalleerd, besluit om zijn vertrekken naar de westelijke vleugel over te laten brengen. Deze vleugel bestaat uit een kamer, twee zijkamertjes, een kleine huiskapel en een raadzaal die oorspronkelijk 270 m² besloeg, maar later door de broer van Lodewijk XIII door tussenwanden werd afgescheiden.

De mooiste kamer is die van de Zonnekoning, Louis XIV.

Staatsievertrekken

De gardezaal, eerste en tweede antichambre, het staatsievertrek en de privé vertrekken lopen in elkaar over, net zoals in Versailles.

De vertrekken van de koningin

De vertrekken van de koningin die door beide achtereenvolgende echtgenotes van Lodewijk XIV,  Maria-Theresa van Oostenrijk en vervolgens Madam de Maintenon, werden gebruikt, liggen in de toren, naast de vertrekken van de koning.
Net zoals diens vertrekken bestaan deze uit een gardezaal, twee antichambres, de slaapkamer en privé vertrekken.

De vertrekken uit de XVIIIe eeuw

Chambord was nog nooit zo lang bewoond geweest als in de XVIIIde eeuw. Deze vertrekken werden bewoond door Stanislas Leszczynski en van de Maarschalk van Saksen en vervolgens door de gouverneurs van Chambord. De criteria voor comfort zijn sinds Frans I sterk veranderd : om zich te kunnen verwarmen worden de afmetingen van de zalen verminderd door tussenwanden, door alkoven te maken en de plafonds te verlagen. Schoorstenen van bescheidenere afmeting werden in de grote schoorstenen uit de XIVde eeuw geplaatst.

Het museum van de graaf van Chambord

Deze woonruimten zijn opnieuw ingericht om een buitengewone periode in de Franse geschiedenis voor de geest te halen.
Vanaf 1821 tot aan zijn dood (1883) is de graaf van Chambord eigenaar op het kasteel, maar hij verblijft er slechts drie dagen. Als laatste telg van de Bourbons is hij genoodzaakt de troon van Frankrijk te bestijgen, naar aanleiding van een nederlaag van Frankrijk tegen de Pruisen. Doordat hij weigert de nationale driekleur aan te nemen gaat hij in ballingschap en wordt de Derde Republiek uitgeroepen.
In het museum staan o.a. de verzameling militaire speeltjes van de graaf, zijn vaatwerk en zijn zilver, een staatsiebed tentoongesteld. Er is eveneens een serie gravures en portretten die aan zijn moeder, de hertogin van Berry, hadden toebehoord.

De versieringen van de gewelven

Een onvermijdelijk element van het bezoek aan Chambord zijn de beeldhouwwerken van de gewelven in de grote zalen van de tweede verdieping. Men ziet er hoe het monogram van Frans I samen met zijn embleem, de salamander, het mythische dier dat in de vlammen kan leven verenigd is.
De salamander van Chambord illustreert de leus van de vorst “nutrisco et extringuo” dat vertaald kan worden met “ik voed me (met het goede vuur) en ik doof (het slechte vuur)

Chambord bestaat slechts door de hartstocht die Frans I voor de jacht koesterde en de tweede verdieping van het kasteel is aan deze thematiek gewijd. Het Noordelijke gedeelte schetst de verschillende manieren van jagen die in de XVIde eeuw gebruikelijk waren. In de andere gedeelten worden wandkleden tentoongesteld, met de grote klassieke mythes die de jacht als hoofdthema hebben. Dit vormde een onuitsprekelijke inspiratiebron voor kunstenaars.

Het dakterras

Het silhouet van het kasteel wordt bepaald door de torens, de immense rijkversierde vensters, schoorstenen en koepels van het dakterras.
De terrassen van het kasteel bieden een schitterend schouwspel van de daken, een vreemde samenspel van gotiek en Italiaanse renaissance (een beetje bewerkt door Franse artiesten). We hebben er een schitterend uitzicht zowel op de omgeving als op de vele architectonische elementen in de dakzone zelf. Deze elementen zijn ook rijkelijk versierd. Er is gebruik gemaakt van figuratie, zoals engeltjes en salamanders (het embleem van de koning). Het is een ideale plek om mooie foto’s van het kasteel te maken.  Vanaf de daken volgden de vrouwen de jacht.

Het park

Met een muur die 32 km lang is en met zijn 6 toegangspoorten beslaat het staatsdomein met 5440 hectaren, dezelfde oppervlakte als Parijs intra-muros.
Dit is tot op heden het grootste ommuurde parkbos in Europa. Het nationaal jachtterrein van Chambord herbergt een fauna van vele dieren in volle vrijheid. Er zijn 800 hectaren opengesteld voor het publiek. Wij hebben er gewandeld maar geen zwijnen of hertachtige dieren tegengekomen.

Het Musee de la chasse

Het koetsenhuis

Deze rijtuigen en koetsen, die nooit gebruikt zijn, werden in 1871 voor de graaf van Chambord door de koetsenmaker Binder vervaardigd. Het zadelmakers-handwerk was besteld bij het beroemde Parijse huis Hermès.

De vroegere bibliotheek

De binnenplaats

Dank zij DIT FILMPJE kan je mee een bezoek brengen aan het kasteel :

We zijn erg onder de indruk van dit bezoek en de talrijke foto's hier plaatsen is onmogelijk ....

Op naar volgend bezoek ...

Maak jouw eigen website met JouwWeb