Utrecht: grachtenstad en winkelstad

We wandelen we verder, onder de Domtoren door.

Voor ons ligt een smalle straat met winkels, er heerst een gezellige drukte. Op het einde van deze straat kijken we nog even achterom naar die grootse domtoren.

We hadden het gelezen in de reisgids: ‘Het hart van Utrecht is doorspekt van steegjes, binnenhofjes en grachten.’ En wij kunnen nu volop genieten van die schoonheid.

De verleiding is groot om Utrecht met Brugge te vergelijken. Beeldschoon, maar altijd een beetje dorp gebleven. Grachten in plaats van reien, straten die sinds de middeleeuwen onveranderd lijken, stille hofjes en kloostertuinen. Maar Utrecht heeft ook bruine kroegen op zijn Amsterdams en een bruisende creatieve scène in de kelders langs de grachten, niet groot maar pittig dus. Er is nog een groot verschil. In Utrecht zijn er massa's fietsen, in Brugge is het niet zo.

We komen bij het stadhuis.

Rechts van ons, langs de gracht, zien we het oudste warenhuis van Utrecht, ‘Winkel van Sinkel’

We wandelen verder en ontdekken waaróm de stad ook wel de mooiste grachtenstad van Europa wordt genoemd. Samen met de werfkelders geven de grachten karakter en charme aan de stad.

Langs de grachten zijn nog zo’n 732 ’werfkelders’. Dat is uniek en zie je dus nergens elders in de wereld. Je mag de Utrechtse grachten nooit vergelijken met de Amsterdamse. In Utrecht vaar je door de enige middeleeuwse stadshaven die intact bewaard is gebleven. De werfkelders vormen vandaag een aparte wereld en zijn ingenomen door cafés, restaurants, winkels en kunstenaarsateliers.

Wat zijn werfkelders?

We blikken eventjes terug in de tijd: vroeger stroomde hier de Rijn en er waren geregeld overstromingen. In 1122 werd de loop van de Rijn verlegd en hierdoor zakte het water 4 meter in Utrecht. We zien dat de handelspanden langs de Oudegracht enkele meters hoger staan dan de aanlegkades. Dit was heel onpraktisch voor de handelaars. Zij moesten hun koopwaar eerst de oever opslepen, dan 4 meter naar boven hijsen en daarna stockeren in hun keldermagazijn.

In de 13de eeuw, werden er sluizen gebouwd om het risico van overstromingen op nul te brengen. Er werden kades aangelegd op waterniveau en er werden vanop de kade tunnels gegraven onder de straat, naar de keldermagazijnen. Hierdoor werd het lossen van de schepen eenvoudiger. Tegen het begin van de 16de eeuw was de Oudegracht volgebouwd met werfkelders. Sommige van deze gangen, die in de loop der jaren breder en breder gemaakt werden, zijn 30 meter diep. Tot in de 19de eeuw draaide de haven volop.

Heel veel werfkelders vormen geen verbinding meer met de huizen. Ze zijn verkocht aan vooral horecauitbaters. Nu zijn in de sfeervolle kelders restaurants gevestigd, er is aan het water een aaneenschakeling van terrassen en het is een leuke plek om te eten en drinken. Er zijn ook kelders die kunstenaarsateliers en alternatieve winkels herbergen.

De beste manier om die sfeer van het middeleeuwse Utrecht op te snuiven was zelf het water opgaan met een rondvaartboot of waterfiets. Wij genoten van die rondvaart en konden van hieruit beter de foto’s van de werfkelders nemen.

We varen een circuit van 5 km door de oude stad. Geniet mee van enkele beelden tijdens de rondvaart.

We varen langs de vroegere gevangenis. Na 160 jaar gaan de zware deuren weer open voor brave burgers. De 'Vrije Wolf' wordt een verzamelplaats voor kunstenaars, zzp'ers en er komen pop-uprestaurants.

Na de rondvaart komen we langs het ‘Museum speelklok’. Hier stap je mee in de wondere wereld van zelfspelende muziekinstrumenten en laat je je verrassen door vrolijke muziek. Het is een museum waar je al luisterend leert over instrumenten: van het kleinste speeldoosje tot de grootste orgels. Elk uur is er een gids die je laat horen hoe de muziek klinkt in uit de vele toestellen. Je kan ook zelf op expeditie gaan met de speelkaart die je krijgt bij de ingang. Het is vooral aan aanrader voor kinderen!

Voor liefhebbers van moderne kunst is er de uitgebreide meubelcollectie van Gerrit Rietveld. Die kan je zien in het Centraal Museum. Er zijn 16de en 17de eeuwse schilderijen van Nederlandse kunstenaars te zien zijn (http://www.centraalmuseum.nl ).

En Utrecht is ook een gezellige winkelstad. In de omringende straatjes, bij de grachten, is een keur aan antiek- en delicatessenzaakjes te vinden. Er zijn leuke winkels met souvenirs, kleding, boeken en trendy accessoires. Dat Nederlanders zoetekauwen zijn, ontdek je in museumwinkel ‘Betje Boerhave’. In dit 17de eeuwse winkeltje vind je oud-Hollandse lekkernijen als polkabrokken, ulevellen en kerkpepermuntjes.

Ook een bezoekje waard is de Bakkerswinkel, op de hoek van de Wittevrouwenstraat en Plompetorengracht. Hier werd al sinds 1711 speculaas verkocht. Behalve brood en lekkernijen kopen in de bakkerswinkel, kun je er heerlijk koffie drinken met wat lekkers, lunchen of genieten van een high tea.

Er is zoveel meer te zien in Utrecht. Maar onze dag is om. Op reisgids staan nog vermeld: de Sint Janskerk, Sint-Pieterskerk, het Spoorwegmuseum, het Universiteitsmuseum, Doelenhofje, Brouwerij De Boog, Bruntenhof, Vollersbrug en lange Roozendaal, Tuinstraat, vroegere Burgerweeshuis, Duitse huis Karel V en nog enkele ‘te bezichtigen’ plekjes.

We waren ook nog zo graag op bezoek geweest bij Nijntje. In 2006 opende het Centraal Museum een Dick Bruna huis.

We kopen dan maar een paar Nijntjes’ boekjes om mee te nemen als souvenir voor de kleinkinderen, in een winkeltje aan de Domtoren. En wie weet kunnen we volgende keer wél het Dick Bruna huis bezoeken. (toen wij hier in 2016 waren, leefde Dick Bruna nog).

'Once a year, go someplace you’ve never been before' - Dalai Lama

Maak jouw eigen website met JouwWeb